Liefde
Hij kijkt wat geschrokken uit zijn ogen. Op zijn neus staat een bril met reusachtige glazen, omrand met lichtbruine randen. Zijn slappe, bruinig uitgeslagen huid verraadt zijn leeftijd. Op zijn kaak ligt een grijs stukje dons, als van een diertje.
Zijn lief, haar blauwe ogen gelukzalig leeg, vergeet haar geheugen, hoort nauwelijks, en glimlacht. Met trillende vingers vervangt hij het platte batterijtje van haar gehoorapparaat. Ze kijkt toe, en neemt het apparaat verbaasd van hem aan. Houdt het in haar hand. Hij pakt het weer terug, staat op en probeert het in haar oor te stoppen. Gewillig houdt ze haar hoofd schuin. Als het tijd is om naar buiten te gaan, draagt zij zijn opvouwbare krukje. Hun armen haken vloeiend in elkaar, hun stramme benen stappen als in een strak geoefende choreografie op een onhoorbaar ritme. Na honderd meter zet ze het krukje voor hem neer. Hij gaat zitten. Zegt iets. Ze reageert niet, kijkt naar de lege lucht. Hij geeft een zacht tikje op haar onderarm, wijst naar haar oor. Ze bukt voorover en keert hem de zijkant van haar gezicht toe, hij pulkt het apparaat uit haar oor. Uit zijn binnenzak diept hij een nieuw batterijtje op.
